[38.] Huntsville – Eco, Arches & Eras (2008)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , , , , , , , , , , , on 28 oktober 2013 by zigloxx

Afbeelding

Muzikanten: Ingar Zach, Ivar Grydeland, Tonny Kluften, Glenn Kotche, Nels Cline, Sidsel Endresen

Producer: Kåre Christoffer Vestrheim (tracks: 1-1 to 1-5), Mike Hartung (tracks: 1-1 to 1-5), Thomas Hukkelberg (tracks: 2-1)

Label: Rune Grammofon

 

Het stormt vandaag. Nog tot na de middag naar het schijnt. Met rukwinden tot 120km per uur volgens Frank. We blijven dan maar binnen en kiezen een goede muzikale compagnon om de winderige voormiddag mee door te brengen. Enter Huntsville.

Huntsville is een Noors gezelschap die zich niet graag in hokjes laat stoppen. Ze maken een unieke blend die invloeden heeft uit (impro)jazz, ambient, americana, rock en nog een stuk of dertig genres. En dit zorgt voor jeuk bij veel muziekrecensenten en marketing boys. 1-0 voor Huntsville dus.

Een dubbel-cd deze. Goed voor een dik anderhalf uur muziek.

De eerste cd telt 5 tracks,. 3 korte nummers en 2 heel lange nummers. En het zijn vooral die lange tracks die deze cd dragen.

Na de korte inleiding die ‘Lancet” is krijgen we de eerste ferme lap op ons bord. ‘Eco’ duurt dik 21 minuten en is de perfecte muzikale sidekick voor het stormachtige weer buiten. De track wordt vooruit gedreven door voodoo percussie. Je voelt een constante spanning. Maar net zoals het weer buiten is er ook een rust. Maar het is een rust die een lichte dreiging in zich draagt. Het tempo wordt dikwijls opgetrokken en je voelt een windhoos aankomen maar dan zorgt Sidsel Endresen met haar warme stem voor de geruststelling. Maar heel zeker van je rust ben je toch niet. En zo hoort het ook. Muziek mag soms eens dreigend zijn en je op het verkeerde been zetten.

‘Ogee’ is dan weer gitaargetokkel dat aanzet tot dagdromen, maar moet hier als een interludium worden gezien tot ‘Arrow and Rain’ die als de tweede schouder de eerste plaat ondersteunt. Het is het meest jazzy stuk op deze cd. Maar ook weer met onverwachte geluiden en open muzikale texturen. En weer die onderhuidse spanning.  ‘Tudor’ is een mooi stukje eigenzinnige gitaarblues.

De tweede cd is een opname van het concert dat ze gaven op het Kongsberg Jazz Festival in 2007. Met Glenn Kotche en Nels Cline, respectievelijk drummer en gitarist bij Wilco. Ook hier is eer weer een link met het stormachtige weer. Het begin van de performance laat heel wat percussie horen waarin je met een klein beetje fantasie wegwaaiende blikken, rammelende schuurdeuren en heen en weer waaiende koeiebellen kunt herkennen. De gitaar die na een tijdje invalt is een soort van rattenvanger van Hamelen: hij krijgt de percussie en de bas mooi in de rij, met de neuzen in dezelfde richting. Dat is in de richting van de Groove. Die wordt heerlijk uitgesponnen waarover de gitaar zijn lijnen weeft. Maar evengoed neemt de percussie wat later in de track een loopje met de gitaren en wordt de sfeer weer onrustiger, grimmiger. Er worden precies ook paarden gemarteld op de achtergrond. Heel sterk hoe zij deze track live hebben uitgebouwd. Trouwens, je kan het in de verste verte niet horen dat het hier om een live-registratie gaat. Alles in de mix zit heel goed in balans. Een pluim voor Giuseppe Ielasi in deze. Het is intussen ook weer wat harder gaan waaien buiten. Ook de song begint precies de pedalen te verliezen. En ik bedoel dat heel positief. De groove de de percussie oplegt blijft halsstarrig .. eeuh…  grooven, maar de gitaren, banjo’s en luiten – ja, want die horen nu eenmaal bij het basisinstrumentarium van deze plaat –  hebben besloten hun eigen weg te gaan. En dat is richting los. Van ‘losgehen’. Om dan de laatste 20 minuten volledig terug te vallen. Ook de percussie is gestopt. Hier en daar kraakt terug een ijzeren poort. Zoals ook de wind is gaan liggen en de zon door de wolken breekt. En dan wordt de track weer laag voor laag opgebouwd. Percussie zet weer voorzichtig een ritme, groove in samen met bas. Waarop gitaar en electronica eerst twijfelend, dan meer zelfzeker in meestappen.

De hoeveelheid aan tekst laat er geen twijfel over bestaan: het zwaartepunt van deze dubbelaar ligt voor mij zeker op cd2. Daarmee wil ik zeker de eerste cd niet tekort doen, ver van, want een nummer als ‘Eco’ is fantastisch. Maar wat ze op cd 2 laten horen getuigt van een sterke eigenheid, moed en muzikaliteit.

Bij deze een oproep om deze cd eens door uw huiskamer te laten waaien.

 

Advertenties

[37.] Oneohtrix Point Never – R Plus Seven (2013)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , , , on 21 oktober 2013 by zigloxx

Afbeelding

Muzikanten: Daniel Lopatin

Producer: Daniel Lopatin, Paul Corley

Label: Warp Records

 

Bij een eerste luisterbeurt lijkt deze plaat een samenraapsel van ideeën. Maar Oneohtrix Point Never – Daniel Lopatin voor de burgerlijke stand – is er het project niet naar om het ons gemakkelijk te maken. De muziek is zowel letterlijk als figuurlijk verknipt. De tracks eindigen zelden waar je het verwacht en geluiden en structuren die op het eerste gehoor ‘vechten’ worden bij elkaar gegooid. De plaat is een mix van elektronica, ambient, klassiek en – jawel – kerkmuziek.

Voor zij die nu willen weglopen omdat ze denken dat we hier met intellectueel verantwoorde, maar niet te beluisteren shit te maken hebben: wacht even en geef deze plaat een kans. Het is als met je eerste bord Aziatisch eten: erger je eraan of schuif het naar de kant van je bord, maar proef er van. En probeer het nog eens als het je niet bevalt, want veel van de schoonheid in dit album wil zich maar na een paar keer luisteren openbaren.

Opener ‘Boring angel’ is zowat de beste opener die wij dit jaar mochten horen. Het zet meteen de toon voor de rest van het album en de track is zwanger van verwachting. Je hoort de abstractie eigen aan OPN, maar je hoort ook de organische touch. Fantastische opener dit, die zich traag een weg baant door je bloedbaan naar je hart. Tracks als ‘American’ illustreren de miniaturistische werkwijze van Lopatin goed. Het geluid an sich is heel belangrijk, meer dan structuur of melodie. En toch is zijn abstractie heel sfeervol. En om bijna zonder beats bij momenten toch een stuwend geluid te creëren (‘Zebra’), door al even geniale als vreemde geluidsconstructies, getuigt van een heel doordacht creatieproces. Al lijken de verschillende geluiden – een opeenhoping van momenten eigenlijk – op het eerste gehoor rond elkaar te zweven zonder in elkaar te haken. Maar een paar luisterbeurten verder hoor je plots de samenhang in de vreemde wereld van Oneohtrix Point Never. Een auditieve Picasso zeg maar.

Daniel Lopatin hopt tussen verschillende invloeden zonder te struikelen, van 80’s nintendo en synthgeluiden (‘Still life’) tot elektronische spielerei tot ambient (‘Along’), en dikwijls binnen dezelfde track. Als je dan denkt dat de plaat de rustige, sfeervolle weg opgaat, laat hij ‘Problem areas’ op je los. Inclusief kletterende synth-apreggios. Het geheel heeft een retro-feel door de sound maar klinkt tegelijkertijd futuristisch door de open texturen en de vreemde structuren en geluiden. Faut le faire.

Met deze plaat katapulteert Daniel Lopatin zichzelf maar ook Warp (weer) naar de hoogste regionen van de experimentele elektronische muziek.

 

recensie verschenen op Cutting Edge

 

[36.] DAAU – Eight Definitions (2013)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , , , , , , , , , on 17 oktober 2013 by zigloxx

Afbeelding

 

BandledenAdrian LenskiBuni LenskiFré MadouGeert BudtsHan StubbeHannes d’HoineJanek KowalskiRoel Van CampSimon Lenski

ProducerBoris Wilsdorf

LabelExcelsior Recordings

 

Die Anarchistische Abundunterhalting lieten ze zich aanvankelijk nog noemen. Maar omdat zelfs de tong van Jan Becaus hier wel eens op dubbelsloeg, werd dit DAAU.

DAAU bestaat inmiddels 20 jaar. Hun eerste plaat, voor de veiligheid noemen wij die ‘selftitled’, sloeg in als een bom. Vooral door de manier waarop een klassiek instrumentarium – viool, cello, klarinet en accordeon – werd gebruikt. Het klonk als rockmuziek, weliswaar met invloeden uit o.a. klassiek, jazz en zigeunermuziek. Maar het rockte: live werden we van onze sokken geblazen.

Intussen zijn we 6 platen verder. En op iedere nieuwe plaat kreeg je evolutie. Er werd met zang en andere ritmes geëxperimenteerd (‘We need new animals’). Elektronica kwam heel schuchter om de hoek gluren en werd later prominenter (‘Life transmissions’). Met wisselend succes. Ook joint ventures met hippe genres zoals hiphop, drum & bass of dub werden gesmeed. Die injecties gingen dikwijls eens richting bad trip. Maar we vonden het niettemin nog altijd getuigen van een gezonde experimenteerdrift. Ook de meer filmische kant van DAAU komt bovendrijven.  Maar de basis, de backone van wat hun muziek is, zoals die op hun eerste plaat werd voorgesteld, wordt nooit vergeten en schemert door op de ene plaat, of staat volledig in het voetlicht op de andere. En wat als een rode draad door hun discografie tot hiertoe loopt, is de zoektocht naar de verfijning van hun geluid. Door experiment maar ook door het uitbenen van de sound, het minimaliseren ervan. Less is soms more.

Ook de bezetting wisselt constant. De broers Lenski zijn intussen gastmuzikanten geworden in hun ‘eigen’ band. Piano, drums en bas werden toegevoegd. Maar enkel en alleen om het doel te dienen: de zoektocht naar het ultieme DAAU-geluid.

Deze 6de plaat lijkt de perfecte symbiose van de vorige platen te zijn. DAAU is hier op een punt beland waarop ze hun geluid nog verder hebben geperfectioneerd. Ook de stiltes zijn belangrijk geworden. Hun aanpak is stukken minimaler (check daarvoor alleen al de prachtige opener “1992”) en filmischer. En zo krijg je een plaat die bulkt van de sfeer. Het gebruik van elektronica zit er hier ook recht op (“Feniks”).

Met deze plaat nestelt DAAU zich in een rijtje groten zoals Bohren & Der Club of Gore (check “Osloer Strasse”) of The Killimanjaro Darkjazz Ensemble. En geloof ons maar, ze staan daar in heel goed gezelschap. Maar geheel verdiend want deze plaat zou wel eens onze favoriet kunnen worden.

Gepubliceerd op Cutting Edge

 

Te streamen via De Standaard.

[35.] The Field – Cupid’s Head (2013)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , on 10 oktober 2013 by zigloxx

Afbeelding

 

MuzikantenAxel Willner

ProducerField, The

LabelKompakt

 

Je kan The Field niet van inconsequentie beschuldigen. Net zoals zijn andere drie platen komt ook deze in een sobere hoes, met hetzelfde lettertype en lay-out als de vorige platen. Enkel de kleur verandert. En je kan er de klok op gelijk zetten: om de 2 jaar verschijnt er een nieuw album.

Ook deze plaat volgt hondstrouw het muzikale stramien dat Axel Willner – zo kent zijn moeder hem – nu al 4 platen heeft uitgetekend. Techno gebaseerd op hypnotiserende loops, verrijkt met samples die quasi ongemerkt van toon en structuur veranderen.

Wat direct opvalt na een eerste beluistering, is de meer organische, natuurlijke sound van het album. Het is minderdansvloergretig dan de vorige albums. Dat zou wel eens kunnen te maken hebben met het productieproces, waar Willner enkel gebruik maakte van hardware. En wij vinden deze ‘evolutie’ in het geluid best wel goed.

Wat de muziek van The Field voor ons zo speciaal maakt, is niet zozeer wat je hoort, maar eerder wat je niet hoort: opbouwen naar een climax zonder dat die er komt, of het gebruik van vocalen, maar dan als klankkleur gebruikt, in plaats van diepzinnige teksten te declameren. Het verlangen kan soms mooier zijn dan het bezit.

Waarom de hoes nu plots zwart moest zijn is al vanaf ‘Black Sea’ – en dit is geen flauwe woordspeling – duidelijk. De track begint frivool maar knipt tegen het einde van de track het licht in je gemoed uit. En die duistere, melodramatische sfeer blijft voor de rest van de tijd als een donkere nevel over de plaat hangen. Niet dat je na het beluisteren van deze plaat direct de hoogste balk in je huis en een stuk touw gaat zoeken. Neen, de sfeer is subtiel, zoals zowat alles in de muziek en het concept van The Field. 

En niettegenstaande het album alweer op herhaling is gebouwd, verveelt het geen seconde. Het is voorbij voor je er erg in hebt.

Verrast The Field met deze plaat? Neen. Maar de kwaliteit blijft altijd even hoog, en dat hebben wij graag. Mogen wij deze plaat aan iedereen die geïnteresseerd is in hedendaagse minimale elektronische muziek aanbevelen? En duik gerust in de backcatalogue van The Field als je deze kunt smaken. Nog veel lekkers te ontdekken daar. En als je eens van deze plaat wil proeven raden wij ‘Black Sea’, ‘No No …’ of ’20 Seconds of Affection’ aan. 

 

verschenen op Cutting Edge

 

[34.] Chelsea Wolfe – Pain is Beauty (2013)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , , , on 3 oktober 2013 by zigloxx

Afbeelding

Muzikanten: Chelsea WolfeDylan FujiokaKevin DockterBen ChisholmPatrick Shiroishi

ProducerBen ChisholmChelsea WolfeLars Stalfors

LabelSargent House 

 

Chelsea Wolfe mag je gerust een bezige bij noemen, want dit is haar 4de album in 3 jaar tijd. Na ‘The Grime and the Glow’, ‘Apokalypsis’ en ‘Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs’, nu dus ‘Pain is Beauty’.

Cheslea Wolfe groeide op in Sacramento, waar haar pa in een countryband speelde en een eigen homestudio had. Daar kreeg zij de muziek met de paplepel ingelepeld en op haar negende schreef ze al haar eigen nummers die ze zelf beschrijft als ‘basically casio-based gothy R&B songs’. Intussen hebben gladde marketingjongens haar muziek omschreven als – hou u vast – ‘drone-metal-art-folk’. Als die jongens nu toch zo graag etiketten plakken, dan hadden ze beter voor een job in een warenhuis gekozen denken wij dan. Want deze beschrijving doet zijn best maar valt over zijn eigen pretentie. Maar goed, we dwalen af.

Het eerste wat opvalt is het veelvuldig gebruik van elektronica op dit album. En die elektronica gaat hand in hand met de twangy gitaar die zo kenmerkend is voor haar sound. En mogen wij zeggen dat de emotionele stem van Chelsea Wolfe ook hier weer volledig mee blend? Zoals ze dat ook al deed met de folk- en rockelementen op haar vorige platen. Want als er één constante is haar muziek, dan is het wel de aangename ongemakkelijkheid ervan. Een beetje zoals je je hand in een te nauwe handschoen wringt. Het is niet echt gemakkelijk maar toch warm. Het is spannend maar op een licht ongemakkelijke manier. Voor andere mensen zal de muziek meer klinken als een nachtelijke rit door het bos in de kofferbak van een of andere creep. Maar voor die mensen vrees ik: deze muziek zal nooit aan hen besteed zijn. Je moet de duisternis al eens in de bloeddoorlopen ogen durven kijken wil je van deze muziek kunnen genieten.

Het lijkt ons een beetje zinloos om de cd track na track te bespreken want de plaat dient als een geheel beluisterd te worden. Maar om uw toch nog een kleine leidraad te geven: denk Portishead, Fever Ray, Zola Jesus. Maar denk niet te lang want Chelsea Wolfe creëert een uniek universum. Eentje waar ze met iedere plaat nieuwe elementen aan toevoegt, waardoor een rijkere sound ontstaat. Maar telkens weer blijft de donkerte als een bezwete T-shirt aan je ribben plakken.

Eigenlijk wilden wij deze plaat de volle mep van 5 sterren geven. Maar we zijn er zeker van dat er een nog een groter meesterwerk in Chelsea Wolfe zit. En we reserveren de 5 sterren voor dan. En de onmiskenbare jeuk in onze dikke teen zegt dat dit niet meer zo lang gaat duren.

Deze recensie werd door uw dienaar geschreven voor Cutting Edge

 

 

 

[33.] Fuck Buttons – Slow Focus – (2013)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , on 26 september 2013 by zigloxx

fuck buttons_slow focus

Muzikanten: Andrew Hung, Benjamin John Power

LabelATP Recordings

Producer: Fuck Buttons

 

Fuck Buttons had zich met hun twee vorige platen al goed in de elektronische pels genesteld. Weliswaar als de noisy luis, onmogelijk om er nog uit te schudden. Waar de eerste plaat nog een auditieve aanval was met drones, bleeps en tribaal geweld, was de tweede plaat iets gestroomlijnder, subtieler en dromeriger. Deze derde plaat lijkt een symbiose van die twee te zijn.

Het is de eerste plaat die ze zelf geproducet hebben. Dat wijst op een groeiende zelfzekerheid, en dat mag, want de productie is van een constante hoge kwaliteit.

De plaat opent met “Brainfreeze” een track die er geen twijfel over laat bestaan: Fuck Buttons zijn er nog en ze willen nog steeds geen echte concessies doen aan de indiehipsters die hen zo graag aan de borst willen drukken. Een metalen ritmiek en een noisy onderlaag zeggen meteen dat Fuck Buttons liever in de kelders van de eletronica vertoeft. Daar waar het wat killer en donkerder is. Daar waar het geluid ook keihard weerkaatst. Ze zitten daar goed volgens mij.

“Dreiging” is het gevoel dat mij bekruipt bij iedere beluistering van de plaat. De tracks worden laag per laag opgebouwd waardoor er een spanning ontstaat die bij momenten bijna ondraaglijk wordt. Je krijgt nu en dan de neiging om de koptelefoon (en het is écht geen slecht idee om deze plaat door een koptelefoon te jagen) even af te zetten. Een beetje zoals je een kussen voor je ogen wil houden bij de spannendste momenten in een nagelbijtende thriller. Maar je doet het dan toch maar niet. Je wil immers niets missen. “Sentients” is zo’n track die onbehaaglijk in je nek blaast.

Maar Fuck Buttons is niet bang van een beetje contrast. En we weten allemaal, of zouden toch moeten weten, dat een beetje contrast hélpt om iets duidelijker te maken. Er worden je dan ook lieflijker tracks voorgeschoteld. “The Red Wing” is er zo eentje, hoewel schijn bedriegt en deze song goed verborgen weerhaken heeft die pijn doen voor je er erg in hebt.

Eindigen doet de plaat met 2 motherfuckers van tracks. “Stalker” is het muzikale equivalent van zijn eigen titel. Het is alsof een louche figuur doorheen een nachtelijke stadswandeling steeds sneller en dichter achter je aan komt. Op het einde vóel je de song bijna fysiek. Voor mij het paradepaardje op deze plaat. En “Hidden XS” is vintage Fuck Buttons: dwingende beats en meanderende synths in een ijzersterke melodie.

Ontegensprekelijk alweer een erg goede plaat in het Fuck Buttons universum. Misschien wel hun beste tot hiertoe. Het is alvast hun meest epische. Dat ze de elektronica nog lang jeuk mogen bezorgen.

 

recensie gepubliceerd op Cutting Edge

 

 

 

 

ATP RecordingsWikipedia: ATP Recordings is a British independent record label that was started in 2001 by London concert promoter Barry Hogan of Foundation/All Tomorrow’s Parties.

[32.] Dead Moon – Stranded in the Mystery Zone (1991)

Posted in Uncategorized with tags , , , , , , , , , on 3 september 2013 by zigloxx

Afbeelding

 

BandledenAndrew LoomisFred ColeLouis SamoraToody

ProducerFred Cole

LabelTombstone Records 

 

Dit is een must voor iedereen die ook maar een vezeltje rock & roll in zijn botten heeft.

Ze komen uit Portland, Oregon en bestaan uit het koppel Fred en Toody Cole (al getrouwd in 1968 en intussen al oma en opa) en de 15 jaar jongere Andrew Loomis.

Fred Cole speelt al van midden jaren 60 in bands als The Lollipop Shoppe (voorheen: The Weeds) die in ’69 een hit hebben met de single You Must Be A Witch. In de jaren zeventig en tachtig is hij met weinig succes actief in bands als Zipper, King Bee, The Rats en The Western Front.

En dan in de jaren 90, na 30 jaar ploeteren, heeft hij dan toch succes (in vochtige kelders en andere koten, maar toch) met Dead Moon. En ik dank de man voor zoveel volharding want hij heeft mij met deze plaat één van mijn ultieme rock & roll platen geschonken. En dat we hier over de pure, onversneden vorm spreken zal je allicht in de muziek horen (indien niet, dan heb je wellicht erwten in je oren zitten), maar het feit dat de band ook alle platen thuis opnam, zelf perstte met een disc-cutter uit ’54, en ze dan nog eens mono uitbracht en oorspronkelijk uitsluitend op vinyl, wijst op een rock & roll spirit waar je vuur mee kan spuwen.

 Dit is punky rock op zijn puurst. Uitgebeend, ontdaan van alle ballast. Passioneel gezongen. En met vuur ingespeeld. En vergis u niet, achter de eerste indruk van ‘simpele’ songs schuilen wel degelijk goede songs.

Ze worden door veel garagebands als voorbeeld en inspriratie genamedropped, en dat is maar eerlijk ook. Ook hun songs werden veelvuldig gecovered.

 Iedereen die zelfs maar denkt dat hij van rock & roll houdt zou minstens één Dead Moon plaat in huis moeten hebben. En dat mag voor mijn part gerust deze zijn.

 Nogmaals: een must voor alle garage/punk maniakken. Waaronder uw dienaar. Die bij het beluisteren van deze plaat wel eens durft te janken bij het horen en voelen van zoveel puurheid.

Fred en zijn vrouw hebben de band intussen opgedoekt, maar begonne zo rap of tellen met een nieuwe band: Pierced Arrows. Yeah!